Brusselse bedrijven hebben investeringspotentieel, maar aarzelen

• Investeringen hebben maar nut als arbeidskrachten beschikbaar zijn
• Stijgend aantal Brusselaars creëert eigen werk
• Brusselse bedrijven kunnen grootstedelijke voordelen niet verzilveren

De KMO’s consolideren de groei van de afgelopen jaren. De belangrijkste parameters zetten de aangevatte positieve evolutie verder. De productiviteit neemt verder toe, de schuldgraad daalt, alleen de rentabiliteit blijft zo goed als stabiel. Opvallend is de stijging van het eigen vermogen in alle Gewesten. Echter in Brussel leidt dit voorlopig nog niet tot meer investeringen, in tegenstelling tot Vlaanderen. Dit blijkt uit het jaarlijkse KMO-rapport van ondernemersorganisaties UNIZO en UCM en onderzoeksbureau Graydon.

Algemeen gesproken volgt Brussel dezelfde evoluties als de andere Gewesten. Wel wordt er voor vele parameters systematisch lager gescoord. Zo is bijvoorbeeld de productiviteitsscore in Brussel gelijk aan 147,5%, terwijl die in België 169,5% bedraagt. Dit betekent dat in de helft van de Brusselse bedrijven (mediaanwaarde) voor elke euro aan personeelskosten minder dan €1,47 aan bruto toegevoegde waarde gecreëerd wordt. In Vlaanderen is dat voor de helft van de bedrijven €1,75. Deels valt dit te verklaren door de verschillende kostenstructuur waar bijvoorbeeld de kost van gebouwen hoger is. Maar ondanks een toename van het eigen vermogen van de bedrijven, blijft het investeringsniveau in Brussel achterop.

Kans op faillissement van Brusselse KMO’s toch licht verminderd

De multiscore geeft een indicatie van de kans op faling en het groeipotentieel van een KMO. Uit de analyse bleek dat 11,74% (in 2015 nog 12,04%) van de KMO’s in België een groot risico op faling hebben en een beperkt groeipotentieel. De situatie verbetert zeer langzaam. In Brussel zit 21,91% (in 2015 nog 22,09%) van de KMO’s in de groep met een hoog risicoprofiel. In 2006 was het cijfer nog 29%.  In Vlaanderen geeft de multiscore (voor zowel eenmanszaken als vennootschappen die een jaarrekening publiceren) aan dat 10,63% (tegenover 10,96% in 2015) van de Vlaamse bedrijven een verhoogd risico lopen op faillissement.

De Brusselse economie is zeer duaal. Er is een grote groep bedrijven die het echt slecht doen (14,9 % met multiscore = 0), hetgeen leidt tot een lagere mediaanwaarde, die in de tabellen als uitgangspunt is genomen. Daartegenover staan ook veel bedrijven die zeer goed presteren.

62,4% (tegenover 62% in 2015) van de Brusselse bedrijven hebben weinig kans op een faillissement en een ruim groeipotentieel, ten opzichte van 75,4% in Vlaanderen en 77,4% in Wallonië.

Onrustwekkender is vooral het feit dat sommige sectoren slechter scoren dan het Belgische cijfer. Sectoren die eigenlijk zouden moeten kunnen genieten van een ‘grootstedelijk voordeel’, zoals bijvoorbeeld de handel, de horeca en de kunst- en amusementssector, scoren systematisch onder het landelijk gemiddelde.

Het aandeel verlieslatende bedrijven toont dat de horeca, maar ook de detailhandel het zorgenkind blijft. In Brussel is 49,2% van de horecabedrijven verlieslatend (in Vlaanderen 39,5%, en in Wallonië 46,3%) en 43,7% van de detailhandel werkt in de gevarenzone. Deze cijfers zijn in Brussel amper geëvolueerd de laatste jaren.

Een andere negatieve evolutie is het aantal KMO’s met personeel. In de 3 gewesten neemt dit aantal opnieuw af. Daartegenover staat een forse toename van het aantal eenmanszaken, die het totaal aantal ondernemingen doet toenemen. In het Brussels Gewest komen er netto 7.699 éénmanszaken bij en verdwenen er 3.605 KMO’s met personeel. Met andere woorden : meer ondernemers creëren eerst hun eigen werk.

Meer ‘zorgvuldigheid’ in het beleid ten gunste van ondernemers

In Brussel zit dus 22,0% in de risicozone om failliet te gaan, terwijl dat cijfer in de twee andere gewesten net boven de 10%. ligt. "Ondanks de moeilijke periode is dit cijfer eigenlijk stabiel gebleven", aldus Anton Van Assche, UNIZO-expert Brusselse aangelegenheden. "Het aantal bedrijven in de risicozone blijft in Brussel wel te hoog.”

UNIZO vraagt dat de Brusselse regering zorgvuldiger zou omgaan met de zelfstandigen, mensen die hun eigen werk creëren, en de KMO’s. De ondoordachte heraanleg van pleinen, de hinder bij openbare werken of sommige gemeentebelastingen, beschouwen de gemeenten en het gewest als ‘kleine beetjes’. Ze onderschatten de impact ervan op de zelfstandige ondernemers.   Verhoudingsgewijs is het aantal structureel ongezonde bedrijven in Brussel groot. Ongezonde bedrijven zijn per definitie minder schokbestendig. Dat vraagt dus extra aandacht en voorzichtigheid voor de impact op het Brussels ondernemerslandschap bij het uitvoeren van beleidsmaatregelen, ingrepen , werken e.a.  De verdere concretisering van de Small Business Act is van belang. De gereglementeerde beroepen, zoals de bouw en de vrije beroepen, hebben de gunstigste financiële ratio’s in Brussel. Net zoals bij werknemers leiden opleiding en diploma’s dus ook voor ondernemers tot betere toekomstperspectieven en financiële resultaten. Het effect van de geregionaliseerde doelgroepenkortingen valt nog af te wachten.

Vooral de gemeenten zouden meer aandacht kunnen besteden aan de belangen van de zelfstandige ondernemers. UNIZO zal dit binnenkort ook aankaarten in de memoranda voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Meer weten? Contacteer Anton Van Assche - 0478 444 119, anton.vanassche@unizo.be