Belastingspanning in Limburgse steden loopt onaanvaardbaar hoog op

De zogenaamde belastingspanning, het verschil in belastingen die ondernemers moeten betalen in 13 Limburgse gemeenten (2 centrumsteden en 11 kleinstedelijke gebieden) loopt erg hoog op. Uit een onderzoek van UNIZO Limburg blijkt dat eenzelfde ondernemer in één gemeente tot 3 keer meer of minder belastingen moet betalen. “Een belastingspanning die oploopt tot 3, tussen de goedkoopste en duurste stad, is niet meer te verantwoorden”, zegt Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder van UNIZO Limburg. “Wanneer je als ondernemer 3 keer meer betaalt, verwacht je een dienstverlening die 3 keer beter is, maar het is een utopie om te denken dat dit het geval is.

In het dossier Gemeentelijke Fiscaliteit Limburg 2018 werd de fiscaliteit onderzocht voor vier typeondernemingen: een consultant, een horecazaak, een supermarkt en een natuursteenbedrijf. In de centrumsteden Genk en Hasselt en de kleinstedelijke gebieden Beringen, Bilzen, Bree, Leopoldsburg, Lommel, Maaseik, Maasmechelen, Neerpelt, Overpelt, Sint-Truiden en Tongeren werden de lokaal geldende belastingreglementen onderzocht. UNIZO Limburg nam de volgende belastingen onder de loep:

  • Aanvullende belasting op de personenbelasting 
  • Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing 
  • Algemene gemeentelijke bedrijfsbelastingen (‘dienstenbelasting’) 
  • Belasting op basis van oppervlakte (veelal een ‘promotaks’) 
  • Belasting op basis van drijfkracht 
  • Belasting voor het maken van reclame: borden en niet-geadresseerd drukwerk 
  • Belasting voor het gebruik van de openbare weg (terrasbelasting) 
  • Belasting op horecazaken 
  • Milieubelastingen

Werken aan specifieke belastingreglementen kan wel degelijk hét verschik maken
Uit het cijferwerk blijkt dat in het algemeen de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelasting 85% van de geïnde belastingen in een gemeente uit maakt. “Hierdoor bestaat de illusie dat wijzigingen aan alle andere belastingreglementen weinig impact zou hebben. De resultaten van dit onderzoek leiden echter tot andere conclusies. Bij en supermarkt hebben de opcentiemen en de APB samen slechts een aandeel van 52% in de totale belastingdruk”, zegt Lodewyckx. “Steden en gemeenten beschikken wel degelijk over instrumenten om hun fiscaal beleid bij te sturen en de belastingdruk voor bedrijven te verminderen.

Vier type-ondernemingen in de kijker

Consultant 
In Bilzen betaalt de consultant met €1.790 het meeste belastingen. Ook Sint-Truiden (€1.756) en Maaseik (€1.741) ligt het belastingbedrag hoger dan gemiddeld. In Overpelt (€1.231) en Lommel (€1.258) betaalt de consultant het minste. De consultant zou onder dezelfde omstandigheden in Bilzen, Sint-Truiden of Maaseik dus bijna de helft meer betalen dan in Overpelt of in Lommel.

Het verschil tussen de duurdere en de goedkopere steden wordt bepaald door de gecombineerde verschillen van de aanvullende personenbelasting, de opcentiemen op onroerende voorheffing en het al dan niet bestaan van een dienstenbelasting. 

Horecazaak 
Ten opzichte van de gemiddelde totale belastingsom van €3.679 zien we uitersten van €2.002 in Overpelt tot €5.515 in Sint-Truiden. In centrumstad Genk betaalt de horecazaak €2.666. Dezelfde horecazaak in Sint-Truiden uitbaten is meer dan 2,5 keer zo duur als in Overpelt (oftewel €3.513 meer) en 2 keer zo duur als in Genk (€2.849 meer).

In totaal zitten 5 van de onderzochte steden duidelijk boven het gemiddelde. Maaseik volgt Sint-Truiden €5.049 op de tweede plaats; de volgende steden (Maasmechelen, Hasselt, Lommel) nemen al meer afstand. Het meeste effect op het belastingverschil tussen de steden komt van specifieke horecabelastingen, een terrasbelasting voor de inname van openbaar domein en in mindere mate van een promotaks of een dienstenbelasting. 

Supermarkt
Bij de supermarkt bedraagt de gemiddelde belastingsom €6.888, gaande van €3.616 in Neerpelt tot €10.615 in Sint-Truiden. Met andere woorden: dezelfde supermarktzaakvoerder zou voor een identieke supermarkt in Sint-Truiden 3 keer zoveel betalen als in Neerpelt. In vergelijking met Lommel is Sint-Truiden 2 keer zo duur. 

In totaal 6 van de 13 onderzochte steden zitten duidelijk boven het gemiddelde. Tussen Sint-Truiden en de tweede duurste stad Maasmechelen (€8.731) zit wel een ruime afstand. Ook in Maaseik, Beringen, Bilzen en Genk is het gemiddeld duurder. De belangrijkste verklaring voor de verschillen zit voor de supermarkt in de belasting op drijfkracht en de belasting op niet-geadresseerd drukwerk. Ook de belasting op aanplakborden en de promotaks hebben een invloed.

Natuursteenbedrijf

Voor het natuursteenbedrijf landen we op een gemiddelde belastingsom van €7.103, met een groot verschil van €4.284 in de goedkoopste stad Neerpelt tot de duurste stad Bilzen met €10.916. Het natuursteenbedrijf uitbaten in Bilzen zou dus 2,5 keer zoveel kosten als in Neerpelt. In vergelijking met Tongeren, Genk of zelfs Hasselt is Bilzen gemiddeld dubbel zo duur voor het natuursteenbedrijf.

Ook in Maasmechelen, Beringen, Maaseik, Sint-Truiden, Lommel, en Overpelt liggen de belastingen voor het natuursteenbedrijf hoger dan het gemiddelde. Het behoeft weinig uitleg dat dit verschil verklaard wordt door de drijfkrachtbelasting in deze 6 steden. In Bilzen is de dienstenbelasting op basis van de bedrijfsoppervlakte de boosdoener. 

Belastingdruk over een hele legislatuur 
In het onderzoek ligt de focus op de belastingbedragen waar onze typeondernemingen jaarlijks mee geconfronteerd worden. Om een oordeel te vormen over het fiscale beleid van de lokale besturen is het dan ook zinvol om de totale te betalen belastingen over een ganse legislatuur weer te geven, zodat ondernemingen – bij ongewijzigd beleid – weten welke belastingen zij zullen moeten afdragen. De verschillen lopen dan op tot een zesvoud van bovenstaande verhoudingen: 

  • Voor de consultant van €7.387 in de goedkoopste tot €10.742 in de duurste gemeente. 
  • Voor de horecazaak van €12.015 tot €33.087 op zes jaar. 
  • Voor de supermarkt van €21.697 tot €63.688 over een hele legislatuur. 
  • En voor het natuursteenbedrijf van €25.706 tot €65.494. 

Uitdagingen voor nieuwe coalities

De studie Gemeentelijke Fiscaliteit Limburg 2018 is een uitstekend instrument om de nieuwe coalities die vanaf 2019 aantreden, te evalueren. “We kunnen meteen nagaan in welke mate de belastingdruk in het eerste jaar van de nieuwe coalitie zal wijzigen. Op basis van deze studie vinden de lokale besturen ook punten waarop ze hun fiscaal beleid voor de ondernemers in hun gemeente kunnen verbeteren”, zegt Lodewyckx.

Vanuit UNIZO roepen we daarom graag op tot actie. Gemeentebesturen moeten bereid zijn om hun fiscale systeem drastisch om te gooien waarbij zowel de algemene belangen als de ondernemers beschermd worden. Een ondernemer die door de overheid geïnformeerd wordt over de mooie investeringen en realisaties die voortkomen uit de belastingen zal een grotere bereidheid tonen om zijn bijdrage te leveren. Ondernemers kunnen tegelijkertijd ook voorstellen formuleren waar het beter kan of waar een succes kan herhaald worden. Steden en gemeenten waar blijkt dat de juiste investeringen gebeuren behalen daardoor een sterk concurrentieel voordeel ten opzichte van gemeenten die de informatie achter gesloten deuren houden.

Geen vereenvoudiging zonder vermindering belastingdruk 
Het is alleszins niet de bedoeling van UNIZO om alle gemeentelijke belastingen af te schaffen of te herbekijken. De gemeentelijke fiscaliteit is immers een belangrijke drijfveer voor gemeentebesturen om te investeren, en zelfs het beleid of gedrag van de belastingplichtige te sturen. UNIZO Limburg pleit er echter wel voor om de belastingen die vooral een zware last opleggen zonder een aanmerkelijke tegenprestatie te hertekenen. Een belasting die gericht is op een ondersteunend en stimulerend beleid werkt immers altijd beter dan een belasting om de algemene kosten te dragen. Het gaat dan ook niet op om een aantal kleinere belastingreglementen af te schaffen en te vervangen door 1 globale belasting (vb. oppervlaktebelasting) die veel meer kost aan het bedrijfsleven dan de vorige kleine belastingreglementen samen.

Algemene werkpunten 
Op basis van het bovenstaande schuift UNIZO de volgende werkpunten naar voren:  

  • Het opnieuw afsluiten en het effectief uitvoeren van een fiscaal pact tussen de verschillende overheden waarin engagementen worden opgenomen door de verschillende overheden en de steden en gemeenten.  
  • Verhoogde transparantie over het gebruik van belastingopbrengsten en investeringen die ermee gerealiseerd werden.  
  • De verplichting om de gemeentelijke belastingreglementen duidelijk te formuleren en makkelijk beschikbaar te maken. Het moet voor ondernemers direct duidelijk zijn waarop zij belast zullen worden.  
  • Het afschaffen van contraproductieve belastingen, zoals onder meer de belasting op bedrijfsruimten, belasting op drankslijterijen, de belasting op drijfkracht en de belasting op het verspreiden van ongeadresseerd reclamedrukwerk.  
  • Beperking van de administratieve rompslomp die gepaard gaat met lokale belastingen. Er zijn nog te veel belastingen waar de ondernemer zelf een aangifte moet indienen. De reglementen van dergelijke belastingen zijn daarnaast vaak onleesbaar, waardoor de hele procedure tijdrovend wordt.  
  • De ondersteuning van ondernemers die hinder ondervinden tijdens werkzaamheden, manifestaties, betogingen. Te vaak worden ondernemers de dupe van hinder zonder hiervoor gecompenseerd te worden door de lokale overheid. Een fiscale stimulans kan deze ondernemers helpen de hinder te doorstaan en vergroot opnieuw het engagement van deze ondernemer voor zijn gemeente.  

Lees hier het volledige BestandDossier Gemeentelijke Fiscaliteit Limburg 2018.