Innovatiesteun voor Limburgse KMO's verdrievoudigd

  • SALK inspanningen werpen hun vruchten af: meer innovatiesteun voor meer Limburgse KMO’s sinds de sluiting van Ford Genk.
  • 2015 Limburgs recordjaar voor omvang innovatiesteun, aantal KMO’s en kwaliteit van de dossiers.
  • Limburgse KMO’s bereiken rechtmatig aandeel in Vlaanderen qua steun. 

De innovatiesteun voor Limburgse KMO’s is de jongste jaren verdrievoudigd. Dat blijkt uit cijfers die UNIZO Limburg opvroeg bij VLAIO.  286 Limburgse KMO’s ontvingen in de periode 2007-2016 in totaal  25.137.903 euro innovatiesteun aan KMO-projecten. Het Limburgse jaarbedrag schommelt vrij sterk met een dieptepunt van 1.009.103 miljoen euro in 2011 tot een maximum van bijna 3,8 miljoen euro in 2015. In 2016 bedraagt dit 3.195.704 miljoen euro (tweede hoogste tot dusver).

“Het feit dat we de laatste twee jaren de tot nu toe maximum bedragen aan innovatiesteun ontvangen hebben, toont aan dat we op de goede weg zijn. De cijfers tonen zelfs een verdrievoudiging. In Vlaanderen was er in dezelfde periode een verdubbeling”, stelt Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder UNIZO Limburg. Ook het aantal KMO’s dat beroep doet op innovatiesteun kent met 36 een hoogtepunt in 2016.
Het gemiddeld steunbedrag ligt voor de Limburgse KMO’s met 87.895 euro vrijwel op het Vlaamse gemiddelde van 89.186 euro. Ten opzichte van 2007 is het gemiddeld steunbedrag voor KMO-projecten in 2016 met 74% toegenomen, terwijl het in de rest van Vlaanderen wel verdubbeld is.

Met de totale steun voor KMO-projecten van iets meer dan 25 miljoen euro over de periode 2007-2016 haalt Limburg een aandeel van 11% in Vlaanderen. Hier kunnen we spreken van een rechtmatig aandeel voor de Limburgse KMO’s die 13% uitmaken van het aantal KMO’s in Vlaanderen.

“Opmerkelijk is ook dat zowel de totale steun als het aantal KMO’s in de jaren na de aangekondigde sluiting van Ford Genk is blijven stijgen. We kunnen deze resultaten dan ook duidelijk toewijzen aan de inspanningen die in het SALK zijn genomen om de innovatiesteun van de Vlaamse overheid meer toegankelijk te maken voor onze Limburgse KMO’s. Iedereen die daaraan een bijdrage geleverd heeft mag terecht fier en tevreden zijn over dit resultaat”, besluit Bart Lodewyckx.

Over welke innovatiesteun gaat het?
Het gaat hierbij om de steuninstrumenten binnen het KMO-programma (KMO-innovatieprojecten, KMO-haalbaarheidsstudies en de vroegere KMO-innovatiestudies; hierna gezamenlijk als ‘KMO-projecten’ aangeduid) en de Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) Bedrijfsprojecten. De KMO-projecten dragen bij tot het realiseren van een innovatie. Dit kan zowel de ontwikkeling van een volledig nieuw of een beduidend vernieuwend en verbeterd product, proces, dienst of concept omvatten. 'Innovatie' of 'vernieuwing' is daarbij te interpreteren als 'vernieuwend voor het bedrijf én met een duidelijke impact op de bedrijfsactiviteiten'. Een O&O-bedrijfsproject is een individueel project van onderzoek of ontwikkeling, uitgevoerd door één of meerdere bedrijven, al dan niet in samenwerking met kennisinstellingen.