Steunzone Limburg goed voor 2.300 extra arbeidsplaatsen

Op 1 mei 2015 werd de steunzone (ontwrichte zone) Limburg van kracht.  Dit naar aanleiding van de sluiting van Ford Genk.  Dankzij deze maatregel kunnen de Limburgse bedrijven die gelegen zijn op industrie- en kmo-terreinen genieten van een vrijstelling van 25 % op van de bedrijfsvoorheffing wanneer ze bijkomende arbeidsplaatsen creëren naar aanleiding van bijkomende investeringen.  Recent werden de bedrijven in de incubatoren en de brownfieldprojecten nog toegevoegd om van deze maatregel gebruik te kunnen maken.

Twee jaar na invoering is de kaap in zicht van 150 Limburgse bedrijven die een aanvraag indienen om van deze maatregel gebruik te maken.  “We kunnen dan ook spreken van een zeer goed initiatief van onze beleidsverantwoordelijken dat het mogelijk gemaakt heeft om de loonkost voor de bijkomende werknemers met 4 à 5 procent te verminderen gedurende de eerste twee jaar na aanwerving. Op iets meer dan twee jaar tijd is deze maatregel goed voor zo’n 2.300 extra arbeidsplaatsen in onze provincie”, zegt Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder van UNIZO Limburg.

“7.000 banen op 6 jaar tijd mogelijk”
De maatregel kan gedurende 6 jaar worden toegepast. Een voorzichtige extrapolatie betekent een aangroei van 7.000 extra jobs. Hiermee zou het banenverlies door de sluiting van Ford Genk meer dan opgevangen zijn.  Ook op dit vlak zal deze maatregel dus zijn effect niet missen.
"Alhoewel uit een recente bevraging bij Limburgse ondernemers blijkt dat de maatregel over het algemeen nog onvoldoende bekend is, is het toch verheugend om vast te stellen dat het aantal dossiers jaar na jaar toeneemt”, zegt Lodewyckx. In het eerste jaar werden 57 Limburgse aanvragen ingediend. In het tweede jaar is dat toegenomen tot 91.

Extra aandachtspunt
UNIZO Limburg is tevreden over de cijfers, maar ziet nog een probleem in het feit dat de investeerder en werkgever tot dezelfde vennootschap dienen te horen. Hierdoor komt binnen één bedrijfsgroep een patrimoniumvennootschap die de investering doet, terwijl de aanwervingen door de exploitatievennootschap gebeuren, niet in aanmerking voor de steun. Nochtans is er door de bedrijfsgroep voldaan aan de voorwaarden van het uitvoeren van een investering en het realiseren van de eraan verbonden tewerkstelling.
“Wij zullen ons blijven inzetten om deze maatregel bekend te maken bij onze kmo’s zodat zoveel mogelijk kmo’s er gebruik van kunnen maken en aangezet worden om via deze maatregel ook voor extra tewerkstelling te zorgen”, besluit Lodewyckx.