Dekeyzer - Ossaer: Delen om te groeien

Elke week pikken wij een stukje uit een van de vele ondernemersverhalen die in 'Vele (om)wegen naar groei' gebundeld zijn. Omdat het inspirerende verhalen zijn, waar iedere ondernemer wel iets van opsteekt. Deze week is het de beurt aan Dekeyzer - Ossaer.

Johan en Marie-Rose Dekeyzer-Ossaer hebben vier zonen: Kurt, Steven, Stijn en Kevin. En samen hebben ze een vijfde telg ‘opgekweekt’: Dekeyzer-Ossaer, een vleesverwerkend familiebedrijf dat in heel Vlaanderen levert. Medemarktleider in het portioneren, bereiden, verpakken en distribueren van vleesproducten voor grootkeukens, industrieklanten, horeca, retail, zelfs exportmarkten. En zeggen dat het 37 jaar geleden begon met een bescheiden beenhouwerij met toonbankverkoop. Volgens pater familias Johan Dekeyzer is het allemaal een kwestie van durven dromen, gróót durven dromen. En dan doen.

Een schone, lege lei

Johan Dekeyzer: Ik ben geboren in een nest van zelfstandigen, letterlijk ‘in het vlees’. Mijn vader was pionier in de export van levend vee naar Frankrijk, Duitsland en Italië. Dat was hard labeur. Lange dagen werken en veel risico’s nemen, in die sfeer ben ik opgegroeid. Als klein ventje reed ik dikwijls mee met vader, ik hielp hem in het bedrijf en ik werd klaargestoomd om ooit de zaak over te nemen. Zover is het niet gekomen. Op zeer korte tijd heeft mijn vader al zijn centen verloren aan wanbetalers en faillissementen. Hij heeft alles moeten verkopen en van de ene dag op de andere was er niks meer. Geen toekomst meer. De teller stond op nul. Dat zijn dingen die bijblijven. Als kind moeten meemaken dat je ouders, die altijd heel welstellend waren, hun huis moeten verkopen, dat ze totaal aan de grond zitten. Da’s een harde klap. Vader was een eerlijk mens. Hij heeft al zijn eigendommen verkocht om zijn schulden te betalen. Zijn kinderen zijn dus weer met een schone lei kunnen beginnen, maar die lei was wel leeg. De knowhow, de ervaring en de wilskracht had hij ons wel nagelaten.

Eergierig en ambitieus

Ik was te eergierig om voor een ander te gaan werken. Ik wilde veel liever op eigen benen staan. Ik had ook nooit anders geweten. En ambitie had ik genoeg! Maar de kaarten lagen niet goed. Ik had nul kapitaal, geen klanten, en bij onze bekende leveranciers was er geen vertrouwen meer. En ik stond er alleen voor. Vader heeft zijn faillissement nooit kunnen verwerken, hij is er letterlijk aan kapotgegaan. Hij is veel te vroeg gestorven, amper 61 jaar. 

Samen met mijn vrouw Marie-Rose heb ik heel bescheiden een winkelpand gehuurd om aan toonbankverkoop te doen. Een klassieke slagerij, zeg maar. Dat was de ideale start om het gebrek aan kapitaal op te vangen en te beginnen te sparen. Maar ook toen dachten we al groot. Denken, dromen, durven, doen, hé (lacht). In het dorp was een restaurant. In plaats van 1 kilo aan de consument konden we daar per week 50 kilo vlees verkopen. En de school in het dorp had óók vlees nodig, daar konden we ook verkopen. Telkens vijftig of honderd biefstukken kunnen afzetten per klant, we zagen dat daar opportuniteiten lagen. 

Denken, dromen, durven en dan doen, natuurlijk

We hebben nooit nalopers willen zijn. We willen innoveren om zo een meerwaarde te creëren. Dat is altijd ons doel geweest. Portioneren was in die tijd, de vroege jaren 80, amper gekend. Maar wij zagen onmiddellijk de meerwaarde ervan voor de horeca. Voor een horeca-uitbater was het een stuk handiger om bij ons geportioneerd kwaliteitsvlees te kopen in plaats van zelf gehele stukken te moeten versnijden. En de nood van de klant is voor ons van het grootste belang! In het begin stonden de chef-koks er een beetje wantrouwig tegenover. Ze dachten dat geportioneerd vlees vlees van mindere kwaliteit was, dat het niet van een echt beest kwam (lacht). We hebben hun vertrouwen snel gewonnen. Ze proefden dat het goed was. En zo hebben we onze markt gestaag uitgebreid, van rond de kerktoren naar de rand van het dorp. En verder. 

Zien wat de noden zijn en daar een oplossing voor vinden, da’s een win-winsituatie voor beide partijen. Als ondernemer moet je creatief zijn en buiten het boekje durven denken. Denken, dromen en dan ook durven en doen, natuurlijk. Je kan veel dromen, maar als je de durf niet hebt om het te doen, dan kan je nooit iets verwezenlijken. 

Als je niet mee bent, hink je achter

In 1999 hebben we een groeispurt gemaakt. We zijn dat jaar verhuisd naar de plek waar we nu zitten, een groot terrein van 25.000 vierkante meter. We waren net begonnen met de bouw toen de dioxinecrisis losbrak. Een bijzonder harde slag voor de voedingsindustrie in België. De onzekerheid was groot, ook bij ons, en we hadden net zo’n grote investering gedaan. Potverdorie, wat hebben we nu gedaan?, dachten we. Ja, dan flitsen er weleens negatieve gedachten door je hoofd. Er zijn ook veel vleesbedrijven overkop gegaan toen. 

Wij hebben doorgebeten. We moeten aan onze klanten onze meerwaarde bewijzen, dacht ik. Zo hebben we van een crisis een uitdaging gemaakt. Door de dioxinecrisis waren klanten meer en meer geïnteresseerd in de herkomst van het vlees. Traceerbaarheid was heel belangrijk geworden. En daar hebben we onze focus van gemaakt. We werden pioniers in het informatiseren van de traceerbaarheid. We nodigden onze klanten ook uit om ze te tonen hoe van elk geportioneerd lapje vlees de oorsprong kon nagegaan worden, bij ons een stuk complexer dan in vleesbedrijven die enkel karkassen verhandelen. Maar we hebben het waargemaakt en sindsdien zijn we elk jaar blijven groeien. 

In 2002 waren we in België koplopers op het gebied van traceerbaarheid van vlees. We zijn niet alleen op de kar gesprongen, we hebben de kar mee getrokken. Tja, als je niet mee bent, dan hink je achter. 

Wij zijn een wij-bedrijf

We hebben het geluk dat we vier fantastische zonen hebben, die mee hun schouders onder het bedrijf zetten. Maar pas op, met vijf of met zes samenwerken is ook een uitdaging. Onze jongens zijn allemaal even ambitieus, elk met hun eigen capaciteiten: klantenrelaties, logistiek, aankoop, kwaliteitszorg, informatisering, marketing... Het is een zeldzaam complementair managementteam geworden. Het voordeel van familiebanden is natuurlijk dat je mekaar door en door kent, aan een half woord of één blik heb je genoeg. Het nadeel: familie is emotioneel, bedrijfsbeleid is rationeel, en je moet dus ook als familie rationeel leren handelen, da’s niet evident. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn, het durft weleens te donderen. Maar ieder zijn mening telt, we respecteren mekaar en beslissingen worden door het hele team gedragen. 

En vooral, wij denken in wij-termen. Dekeyzer-Ossaer is een wij-bedrijf. Wat impliceert dat ieder van ons zijn ego opzij kan zetten. Ik ben qua leeftijd en ervaring de senior, maar ik heb al veel geleerd van mijn zonen, de juniors. Zij hebben mij geleerd dat mijn eigen mening niet altijd de beste is. Dat het loont om te luisteren naar andere denkwijzen. Dat een emotionele beslissing niet per se de beste beslissing is, dat die vooral ook doordacht moet zijn. Jonge mensen denken vaak heel nuchter over groei. Als senior heb je meer ervaring en ga je sneller af op je buikgevoel, dat ingegeven is door die ervaring. Voor mij is één plus één niet altijd twee, voor hen wel. En het is niet altijd gemakkelijk om dan samen tot een beslissing te komen. 

Dat evenwicht tussen meningen en visies moet je vinden en accepteren. Je moet wíllen accepteren dat een bedrijf leiden geen egotrip is, maar een kwestie van samenwerken. Veel bedrijfsleiders hebben het daar moeilijk mee. Uit angst om hun functie te verliezen en daarmee hun ego te kwetsen, blijven ze dat ‘ik’ te veel koesteren. Ik heb dat ook moeten afleren. Soms durf ik nog weleens te denken dat ik het beter weet (lacht).

 

 

[...]

Het volledige verhaal van Dekeyzer - Ossaer? Dat leest u in het gratis boek 'Vele (om)wegen naar groei'. Downloaden is de boodschap!