Een zwaar beroep voor de helft van de werkende bevolking?

De sociale partners zijn er niet in geslaagd in de Nationale Arbeidsraad (NAR) een akkoord te bereiken over de zware beroepen: de standpunten liggen te ver uit mekaar. De basisfilosofie van werkgeversorganisaties UNIZO, VBO, Boerenbond en UCM is gekend: om de pensioenen in de toekomst te kunnen blijven betalen, moeten we eerst algemene hervormingen uitwerken. Pas nadien kunnen we spreken over een beperkt aantal uitzonderingen.

Lijst van criteria
Ondanks dit principiële uitgangspunt hebben de werkgeversorganisaties – op vraag van de regering – constructief met de vakbonden gesproken over een lijst met criteria voor zwaar werk. Tijdens deze besprekingen inspireerden de werkgeversorganisaties zich op de principes waarover de regering en de sociale partners het eerder eens werden in het Nationaal Pensioencomité (NPC), namelijk een beperkt en uitzonderlijk systeem voor zware beroepen dat betrekking heeft op een welomschreven groep van werknemers voor wie de criteria van zwaar werk objectief zo sterk doorwegen in hun loopbaan, dat een uitzondering in hun pensioenstelsel kan worden verantwoord.

Verschil in visie
Door de zeer hoge verwachtingen die de ontwerplijst in de publieke sector had gewekt, bevonden de sociale partners zich echter in een bijzonder moeilijke situatie. Tegelijk groeide bij de werkgevers de vrees voor het ontstaan van een uitgebreid en complex systeem.
De criteria die de vakbonden voorstelden, dekten immers een grote meerderheid van de arbeiders in plaats van enkel de uitzonderlijke situaties. Dit vaak zonder rekening te houden met de preventieve en beschermingsmaatregelen die van toepassing zijn en die de risico’s voor de werknemer zeer sterk beperken. Het eindresultaat dreigde dus een brede lijst met criteria te worden, waarbij de link met zwaar werk zwak was en daardoor ook niet meer kon worden verantwoord waarom sommige criteria wél en andere niet werden meegenomen. Het risico op geschillen wegens discriminatie werd dus te groot. Dit was ook een bezorgdheid van de Raad van State.
Bovendien vereisten verschillende criteria een precieze en individuele evaluatie van de concrete arbeidsomstandigheden (manueel hanteren van lasten, trillingen, lawaai, monotone arbeid ...). Dat is een zeer tijdrovende en moeilijke taak die voor elke werknemer regelmatig en individueel moet gebeuren. De middelen die aan deze registratie zouden worden besteed, kunnen volgens de werkgeversorganisaties veel beter naar preventie gaan.

Beter geen akkoord dan een slecht akkoord
Na drie jaar gesprekken en onderhandelingen komt hiermee een einde aan de pogingen van de sociale partners om – ondanks verschillende bedenkingen - invulling te geven aan het systeem van zware beroepen. Het verschil in visie is al die tijd groot geweest en bleek uiteindelijk niet overbrugbaar. De bal ligt nu opnieuw in het kamp van de politiek.
Het idee van een stelsel inzake zware beroepen klinkt op het eerste gezicht goed, maar niemand is er tot nu toe in geslaagd om hier op een ernstige manier invulling aan te geven. UNIZO, VBO, Boerenbond en UCM: “Een té uitgebreide regeling rond zware beroepen zal de taak van de werkgevers bemoeilijken en de impact van de verlenging van de loopbanen verminderen. De houdbaarheid van het pensioensysteem zal niet langer gegarandeerd zijn. Daar zit niemand op te wachten, en al zeker niet de generatie die morgen onze arbeidsmarkt zal betreden. Bovendien moet het systeem billijk zijn voor alle werkenden: zelfstandigen, ambtenaren en werknemers. Dit lukt niet binnen het systeem dat door de minister van Pensioenen wordt voorgesteld.”

 

Meer over: Knelpuntberoepen
Thema: Personeel