“Er is niets romantisch aan een bedrijf uit de grond stampen” 

Wie Jurgen Ingels googelt, mag zich verwachten aan een zondvloed van artikels. Hij is één van ’s lands bekendste ondernemers, is vaak in de media (o.m. als jurylid in De Leeuwenkuil op Vier) en zit niet verlegen om een straffe uitspraak. Maar in de eerste plaats is hij gewoon een ondernemer pur sang. 

“Als je leest wat ik allemaal doe, zou je denken dat ik abnormaal ben. Maar ik ben niet abnormaal. Ik ben gewoon ongelooflijk gepassioneerd en heel nieuwsgierig. Had je mij twintig jaar geleden gezegd dat ik een bedrijf ging oprichten in betalingstechnologie-oplossingen (Clear2Pay, red.), ik zou eens goed gelachen hebben. Ik zie een probleem, en ik wil dat oplossen. Telkens opnieuw.” 

 

“De meeste mensen hebben een seriële carrière. Ze beginnen ergens te werken, hopen na paar jaar om ofwel te promoveren in hetzelfde bedrijf of zich elders te verbeteren. Op het moment dat ze op pensioen gaan, zijn ze op hun best. Want dan hebben ze het meeste ervaring opgebouwd. Dat is totaal verkeerd. Je moet vanaf het begin met meerdere dingen tegelijk bezig zijn. En dan liefst in verschillende werelden, buiten je comfortzone. Zo word je creatief, want wat in de ene sector werkt, pas je in een andere sector toe.” 

“Parallel werken creëert een gigantische voorsprong. Maar hier in België is dat not done. Je moet maar eens aan je werkgever zeggen dat je nog een andere job gaat doen, zelfs buiten je uren. Die kijkt raar op. Mocht ik het voor het zeggen hebben, dan zou ik bedrijven verplichten om hun werknemers voor twintig procent van hun tijd iets anders te laten doen.” 

Je spreekt over ‘het voor het zeggen hebben’… Ik las in enkele interviews dat je wel eens kabinetschef zou willen zijn op het departement economie of innovatie, of staatssecretaris voor ondernemerschap. In mei zijn er verkiezingen… 

“Nee, ik heb geen ambities, als je dat bedoelt. Ik zou heel ongelukkig worden in de politiek. Aan politiek doen, betekent compromissen sluiten. En dan eindig je op het gemiddelde. Wil je het echt goed doen,  dan moet je de extremen opzoeken. Je moet gaan voor wat het beste is voor het land, punt. Dat gebeurt nu veel te weinig. We willen én goed zijn in dit, én goed in dat. Daardoor doen we niets goed. Ik zou inzetten op een aantal zaken en daar volop voor gaan. Zodat we een soort van Silicon Valley krijgen in België met de dingen waarin we sterk zijn. Biotechnologie bijvoorbeeld. Daar zijn we al goed in, maar niet dankzij de overheid.”  

Goed doen voor iedereen werkt niet?  

“Dat begint al in het onderwijs. Het onderwijs leidt op om gemiddeld te zijn. Als ik vroeger thuiskwam met mijn rapport met een 9, 8, 7 en 5, dan zei mijn moeder – en wellicht elke Vlaamse moeder – ‘die 5 moet beter’. Dus steek je veel tijd en energie om die 5 op te krikken naar een 7. Een 8 of 9 zal dat nooit worden, want je bent niet goed in dat vak of het interesseert je niet. Maar wat is het gevolg? Die 9 en 8 worden een 8 en 7, want je hebt de tijd niet meer om erin te investeren. En op den duur nivelleer je.”  

“Laat iedereen uitblinken op zijn eigen terrein. In het ondernemerschap is dat niet anders. Hoe beginnen de meeste bedrijven? Een paar vrienden op café hebben hetzelfde idee en besluiten een onderneming te starten. Maar die vrienden hebben allemaal dezelfde achtergrond, bijvoorbeeld als ingenieurs. Van sales of marketing kennen ze niets. Je moet zorgen voor diversiteit in je team. En inzetten op je eigen talenten. Waar jij niet goed in bent, daar moet de ander in schitteren. Enkel zo kan je op internationaal niveau meespelen. Vandaag kun je je geen fouten meer permitteren. Vroeger concurreerde je onder de kerktoren, vandaag met de wereld. Als een Chinees geen fout maakt en jij wel, dan haal je die nooit meer in.”  

"Ik geloof niet in de goedheid van de mens, zeker niet als er geld, macht of ego bij te pas komt."

Kan de politiek daar iets aan veranderen?  

“Als ik zie wat mijn zoon van 15 allemaal moet studeren... OK, godsdienst en ethiek helpen je om je maatschappelijk te vormen. Maar ze zouden jongeren beter leren programmeren, en inzetten op de digitalisering. Onderwijs en ondernemen zijn aan elkaar gekoppeld en dat onderwijs gaat erop achteruit. Ik merk dat bij sollicitaties. Als ik vraag om een verslag te maken, dan is het resultaat soms erbarmelijk.”  

“Ik zou meer investeren in digitalisering en technologie. Voor het minste moet je naar de gemeente en je krijgt alle administratie nog op papier. Het gerecht, de overheid, notarissen… Die werken nog op een oubollige manier. De politiek spreekt al heel lang over digitalisering, maar er gebeurt niets.” 

“En ik zou ondernemers veel meer ondersteunen om overnames in het buitenland te doen. Als een Belgisch bedrijf vandaag in Frankrijk zaken wil doen, dan stuurt het een manager naar Parijs om daar een kantoor op te starten. Maar dat duurt lang, die mens kent de taal en de cultuur niet. Dat mislukt een eerste keer, een tweede keer en met de derde manager lukt het dan misschien wel.” 

“Het is veel interessanter om in Parijs een klein bedrijfje te kopen waarvan de eindklant ook jouw klant is. Niet alleen heb je dan al klanten, maar alles gaat sneller. Doe je er in het eerste geval misschien 18 maanden over, bij een overname is dat een half jaar. Ik heb dat zelf ook gedaan. Enkel zo kan je op 15 jaar een idee laten uitgroeien tot een heel groot bedrijf.” 

“Natuurlijk moet je als ondernemer beschikken over een goed product, een goed team en kapitaal. Dat is evident. Maar de meest succesvolle bedrijven zijn zij die tijd kunnen reduceren. Tijdreductie is the 5th element.  Daarmee maak je het verschil.” (Tijdreductie is ook de rode draad doorheen Ingels’ boek, zie inzet.) 

“Waarom is Scandinavië zo succesvol? Je hebt daar veel serie-ondernemers. Ondernemers die hun winst in een ander bedrijf stoppen. Hier is dat een schande. Maar eigenlijk zou je dat moeten ondersteunen. Niet alle ondernemers kopen een boot met hun winst. Nee, ze investeren in een nieuw bedrijf en pakken al hun ervaring mee. Waardoor je voorsprong kan nemen op je concurrenten. Ook dat is weer tijdreductie.” 

"Vroeger concurreerde je onder de kerktoren, vandaag met de wereld."

Jij wist dus al hoe het moest toen je Clear2Pay opstartte? 

“Ik weet ook niet hoe dat komt. Mijn ouders waren arbeiders en geen ondernemers. Toch zit ondernemen in mij. Ondernemen kan je sowieso niet leren. Je hebt het of je hebt het niet. Ik ben wel heel nieuwsgierig. Alles stel ik in vraag. Niet altijd gemakkelijk voor mijn omgeving (lacht).”  

“Maar Clear2Pay opstarten was niet gemakkelijk. Ik heb letterlijk op café geld moeten schooien bij al mijn vrienden. Eens 10.000 frank hier, 15.000 frank daar. Gelukkig had ik veel vrienden (lacht). Dat is vandaag veel beter geregeld. Er is veel meer ondersteuning voor starters. En daarom zijn er relatief veel start-ups in België. Dan zijn er een honderdtal scale-ups, dat zijn bedrijven die tot 100 miljoen euro hebben opgehaald. Maar we hebben geen scalers, dat zijn bedrijven die meer dan 100 miljoen hebben opgehaald.” 

“Logisch, we zijn een klein land, zou je denken. Maar dat is niet waar. IJsland, Zweden, Nederland, Luxemburg. Zij hebben er wel. Hoe komt dat dan? Omdat er meer tweedegeneratie ondernemers zijn en er zijn grotere kapitaalfondsen in die landen aanwezig. Gevolg? Onze jonge bedrijven trekken naar het Verenigd Koninkrijk of naar Israël om daar geld te krijgen. Daar zeggen ze: kom maar naar hier. Eerst vertrekt de CEO, maar al snel volgt de rest van het bedrijf. Want dat zijn dan nog kleine ondernemingen. Voor je het weet, ben je dat bedrijf kwijt aan het buitenland.” 

“Dus pleit ik voor een durfkapitaalfonds met overheidsgeld dat op zijn beurt in de bestaande kapitaalfondsen investeert. Zo krik je het budget van de fondsen op en is het risico om in die jonge bedrijven te investeren kleiner. Die bedrijven groeien dan in ons land en gaan niet zo snel meer weg. Het is niet slecht dat bedrijven geld krijgen vanuit het buitenland, wel dat ze naar het buitenland verhuizen.”  

Maar je eigen durfkapitaalfonds investeert zelf in buitenlandse bedrijven. Doe je dan niet hetzelfde?  

“Proportioneel investeren we veel meer in Belgische bedrijven. Maar bon, soms  zie je eens bedrijf in het buitenland dat wel interessant is. Maar 70% van onze investeringen zijn Belgisch.”  

Mocht je opnieuw beginnen, zou je het dan anders aanpakken?  

“Ik zou nog veel kieskeuriger zijn in de mensen met wie ik werk. Het is ongelooflijk hoeveel onwaarheden mensen in hun cv schrijven: niet behaalde diploma’s, verzonnen ervaringen… Niet alle mensen zijn correct. Je mag niet te naïef zijn als je onderneemt. Ik geloof niet in de goedheid van de mens, zeker niet als er geld, macht of ego bij te pas komt.”  

Is dat de les die je je kinderen meegeeft?   

“(denkt na) Ik weet eigenlijk niet of ik hen zou aanraden om ondernemer te worden. Het wordt niet vaak hardop gezegd, maar ondernemen is afzien. Mentaal en fysiek. De mensen zien altijd het schone van het ondernemen. Maar er is niets romantisch aan een bedrijf uit de grond stampen. Je ziet je kinderen maar half, je vrouw zie je niet, je levenskwaliteit is slecht, je eet slecht, sport weinig en je hebt veel stress. Sorry voor het woord, maar je krijgt veel shit over je heen.” 

“Als het goed gaat, dan zijn er anderen die alles regelen, maar gaat het slecht, dan komen ze naar jou. Ik ken geen enkele ondernemer die van nul naar succes gaat. Iedereen gaat wel eens door een dal. Ondernemen is geen walk in the park. Maar pas op. Het is ook prettig, ik amuseer me echt in hetgeen ik doe. Ik onderneem niet om veel geld te verdienen, of ter meerdere ere en glorie van mezelf. Ik doe het gewoon omdat ik het plezant vind.” 

"Mij ga je nooit met geld zien smijten."

Je doet het niet om veel geld te verdienen, zeg je. Ondertussen behoor je wel tot de kring van de rijkste Belgen…  

“Ik vind niet dat ik hierdoor veranderd ben... Ik heb vorig jaar een nieuwe auto gekocht, maar dat was omdat ik er niet meer mee in Antwerpen mocht rijden. Natuurlijk is het een luxe dat je op reis kan gaan en zo, maar ik doe geen exuberante aankopen. Ik ken ook echt wel de waarde van geld. Mijn ouders waren arbeiders. Ik heb jaren in de Quick gewerkt om mijn studies te betalen. Mij ga je nooit met geld zien smijten. Mijn kinderen voed ik ook zo op. Ik wil geen twee verwende nesten, van die fils à papa die in merkkledij rondlopen. Tegen hen zeg ik altijd dat ze goed moeten studeren en zelf hun plan moeten trekken. Natuurlijk ga ik hen helpen als er echt een probleem is, maar ze moeten het zelf uitzoeken.” 

Er is wel één ‘folieke’ waar je geld aan uitgeeft. Verzamel je geen ruimtevaartcovers?  

“Ja, inderdaad. Dat heeft te maken met mijn vader, die jong is overleden. Die was heel hard geïnteresseerd in de ruimtevaart. Ruimtevaartcovers zijn enveloppen die astronauten handtekenen net voor ze naar de ruimte gaan. Het is een soort van verzekering voor de nabestaanden. Komen ze niet terug, dan kunnen ze die enveloppen verkopen, want die brengen veel geld op. Ik verzamel vooral die van de Amerikaanse Apollo en van Russische ruimtevaarders. De meeste van hen zijn intussen overleden. Volgens mij heb ik intussen de grootste collectie in België, zo niet in Europa. Op zich ben je daar niets mee, maar ik vind het wel tof, het is een stukje cultuur. Ik zou daar eens iets mee moeten doen. Misschien geef ik die ooit weg aan een museum. ”  

Heb je dat ook met ondernemen? Dat het niet alleen moet gaan om winst maken op iets?   

“Ik heb al geïnvesteerd in projecten waarvan ik weet dat ik mijn geld zal kwijt zijn, ja. In Benin en Togo bijvoorbeeld. De kinderen gingen daar te voet naar school, en er gebeurden veel ongelukken. Dus kochten we bussen om hen naar school te brengen. Maar er was altijd iets. De benzine moest men gewoon op straat zien te kopen, de motors gingen kapot… Intussen hebben we daar één van de grootste transportbedrijven. Toch ga ik mijn geld niet terugzien. Maar dat is niet erg. Je investeert in mensen.”  

“Hetzelfde geldt voor TrainM. Die organisatie maakt robots voor mensen met een hersenverlamming,  en die machines kosten ongelooflijk veel geld. Ook in het programma De Leeuwenkuil heb ik geld gestoken in projecten waarvan ik weet dat ze niets zullen opbrengen. Of als ik er geen geld instak, dan wel tijd en advies. Dat is ook leuk. Je ziet mensen groeien en je ziet die bedrijfjes succesvol worden. Dat geeft voldoening.”