Opinie Danny Van Assche: "Over ziek zijn moet men zwijgen"

Afgelopen week kwam minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, in het nieuws toen ze aangaf uitvoering te willen geven aan een belangrijke maatregel uit haar beleidsplan voor deze regeerperiode: onderzoeken hoe lang een aantal ziektebeelden gemiddeld aanhouden en de artsen daarbij ondersteunen in hun voorschrijfgedrag. Wat in bepaalde middens en media meteen op verontwaardiging onthaald werd. Het illustreerde andermaal hoe moeilijk en delicaat het is om het debat over ziekte uit de privésfeer te trekken. In een opiniestuk geeft Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO, zijn genuanceerde kijk op het 'taboe'.

Danny Van Assche opinieZiekte. Het is een van de ergste dingen die mensen kan treffen. Klein of groot (lichamelijk) lijden gaat vaak gepaard met familiaal lijden. In het ergste geval het nakende verlies van je dichtste naasten. In het beste geval gaat het om een lichte verkoudheid. Zo eentje die je enkele dagen under the weather doet voelen, maar waar je snel terug bovenop bent. Onze samenleving wordt ook getroffen door een aantal nieuwe ziekten – aandoeningen die er altijd zijn geweest, maar waar zich recent een steeds specifiekere, al dan niet adequate, nomenclatuur voor ontwikkelt: depressies, angsten, burn-out zijn de meest sprekende voorbeelden.
 
Hoe moeilijk het is om het debat over ziekte uit de privésfeer te trekken, bleek afgelopen week nog maar eens. Met een kort bericht gaf minister van volksgezondheid en sociale zaken Maggie De Block aan dat ze voor het einde van deze legislatuur nog uitvoering wil geven aan één van de maatregelen die al de volledige beleidsperiode in haar programma staat: onderzoeken hoe lang een aantal ziektebeelden gemiddeld aanhouden en de artsen daarbij ondersteunen in hun voorschrijfgedrag.
 
Even in herinnering brengen. In België zijn vandaag ongeveer 400.000 mensen op beroepsactieve leeftijd langdurig ziek. Dit betekent: langer dan 1 jaar. Gemiddeld is een werknemer in ons land jaarlijks 12 dagen ziek. Een derde van de zieken op beroepsactieve leeftijd lijdt aan muscoskeletale aandoeningen (bv. lage rugpijn), ongeveer evenveel mensen zijn al langer dan één jaar thuis wegens psychosociale aandoeningen (o.a. angsten, depressies en burn-out). Het budget van de ziekteverzekering bedraagt ondertussen meer dan 9 miljard euro.

Begrijp mij niet verkeerd. Ik wil ziekte niet louter herleiden tot een kost voor onze sociale zekerheid. Integendeel. De sociale zekerheid is er net om deze ondersteuning te bieden. Ik wil enkel aanduiden dat een grote groep mensen zich vandaag in een moeilijke gezondheidstoestand bevindt. Daarom moeten we beleid ontwikkelen dat patiënten en zorgverstrekkers ondersteunt. Bij voorkeur door mensen in staat te stellen om goed en spoedig te genezen en te rehabiliteren. Alleen dan is de houdbaarheid van onze sociale zekerheid op lange termijn verzekerd.

In ieder geval: de aankondiging van de minister deed heel wat stof opwaaien. Een van de meest verdraaide koppen was ongetwijfeld dat Maggie De Block persoonlijk zou bepalen hoe lang iemand ziek mag zijn. In de media was de berichtgeving quasi unisono en eenzijdig. De vraag van de minister lijkt mij nochtans positiever: het is een oproep aan artsen om wetenschappelijk en objectief vast te stellen hoe lang een bepaald ziektebeeld gemiddeld aanhoudt, wat arts en patiënt informatie geeft over een zorgtraject op maat binnen deze periode. Dat dit ook een impact kan hebben op het voorschrijfgedrag van artsen klopt, maar niets belet een arts om – wanneer een patiënt binnen de termijn van zijn of haar eerste voorschrift nog niet is hersteld – een nieuw ziektebriefje te schrijven.
 
We moeten het debat over ziekte voeren, zij het met de nodige nuance. Natuurlijk zijn werkgevers bezorgd om hun werknemers. Tegelijk raakt de ziekte van een werknemer de arbeidsorganisatie zeer sterk. De werkgever betaalt het gewaarborgd loon en moet op zoek naar vervanging. Als werkgeversorganisatie krijgen wij van onze leden vaak ook het signaal dat artsen volgens hen te gul zijn met het voorschrijven van ziekteperiodes. De organisaties van artsen en zorgverstrekkers signaleren ons dan weer dat elke ziekte bij elke patiënt eigen complexiteiten met zich meebrengt.

Volgens ons heeft de overheid alvast niet de taak om de persoonlijke inschatting van de arts aan banden te leggen, maar moet ze er wel alles aan doen om mensen zo snel mogelijk terug naar de werkvloer te begeleiden. De kennisopbouw rond ziektebeelden en voorschrijfgedrag versterken, de herstelperiode van mensen via een effectief systeem van gezondheidszorgen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en mensen met een ziektebeeld die nog in staat zijn om een activiteit uit te voeren via trajecten op maat zo snel mogelijk terug te begeleiden naar de arbeidsmarkt zijn cruciale stappen om dit te bereiken.

In een land dat jaarlijks ettelijke miljarden uitgeeft aan ziekteverzekering, zou het debat daarover geen taboe mogen zijn.

Danny Van Assche
Gedelegeerd bestuurder van UNIZO